Boeken

B O E K E N

 

Kovana HR top 37px

 

Goed nieuws!

 

S  A  C  A  Y

 NIEUWE DRUK

Het nieuwe boek is beschikbaar van Ivo Hermans,

de vuurmeester van De Koerier van Navarra.

Het   verhaal is getiteld:

‘ Sacay, de moedereed’.

Vierhonderd jaar geleden zwierven Spaanse soldaten door onze streken. Toen ontstond een verbond tussen een meisje van hier en een jonge Spaanse verbindingsofficier van de beruchte ‘tercios’. Allerlei ware feiten op echte plaatsen komen aan bod. In een sprookjesachtige, magische sfeer leert de lezer veel bij over minder bekende  bijzonderheden uit de Spaanse tijd.

Onder meer over een  veldtocht naar Mali, waaraan rond 1600 ook Vlaamse huurlingen, de ‘ar-ruma’, deelnamen, wier nazaten daar nu nog leven. Meer dan 200 jaar voor Leopold II  Congo liet verkennen!

Verbaas je ook over de Spaanse woorden en gebruiken die tot nu bij ons voortleven. Ivo Hermans, bekend als de auteur van  ‘Duende’  (EPO zesde druk isbn 978 94 9129 702 1) over de geschiedenis van flamenco en gitanos, laat het natuurlijk niet achterwege om  in ‘Sacay, de moedereed’ ook over de vroegste wortels van deze passionele kunst boeiend uit te wijden.

Met eenbijzonder voetlicht op de vroegste sporen van  flamenco.

‘Sacay, de moedereed’ is een novelle van zo’n 180 pagina’s en is bestelbaar via een mail naar info@kovana.com. Het komt in je bus langs de post – verzendingskosten inbegrepen – na overschrijving van 2o€ op:

BE97 0016 9922 1849 van Pasos Largos/Hermans

Vergeet niet uw naam en postadres te vermelden.

 

oOo

 

BELANGRIJK * IMPORTANTE

Het boek ‘Sacay, de Moedereed’ verschijnt ook in het  Spaans met als titel:

‘SACAY, el juramento maternal’

Sacay is een ideaal geschenk voor uw Spaanse vrienden om boeiende dingen te onthullen over uw eigen geboorteland en uw eigen streek. En voor studenten Spaans is het een leuk middel om taalkennis en eigen geschiedenis te verbinden en door te vertellen aan hun Spaanse relaties.

vanaf nu door ierdereen bestelbaar via:

info@kovana.com

SCHRIJF  20€ OVER  OP:

BNP BE97 0016 9922 1849 VAN PASOS LARGOS/HERMANS

Sacay wordt bezorgd via de post, verzendingskosten inbegrepen –

Vergeet niet uw naam en postadres te vermelden.

 

Kovana HR bottom 37px

resumen:

Una vez un cuerpo militar español emprendió una campaña a Malí cerca del río Níger. Operaban como guardaespaldas extranjeros, libres de corrupción, para el general  musulmán Judar Pasha, que iba en busca del oro de los ‘Songhai’. Entre estos mercenarios también servían hombres católicos de Flandes, como soldados en los tercios de España. En África, los llamaron ‘ar-ruma’, cuyos descendientes aún viven alrededor de Tombuctú. El viaje de esta compañía a través del Sahel tuvo lugar cuando España gobernó los Países Bajos, casi trescientos años antes de que la monarquía belga explorara el Congo. Un oficial de enlace español que participó en esto, a su regreso al Norte, en Brabante, se enteraba de la noticia sobre el insólito ‘juramento maternal’, que su novia flamenca había pronunciado durante un ritual de herencia espiritual. La opinión del militar sobre la Inquisición y la brujería cambiaría. Al igual que su visión del rey Don Felipe II de España.

 

Boeken

 

Ivo Hermans

Zie verder ook op Google:

‘Ivo’ Hermans schrijver’

 

Duende - Ivo Hermans

Duende vertelt het verhaal van een minutieuze ritus van klank en beweging die leidt tot een hersenorgasme.

 De geringste schade aan deze ritus breekt alles stuk, al zullen de meesten het niet merken.

(EPO – zesde druk 2011 – isbn 978 94 9129 702 1)

 

 

 

 

De bezieler van De Koerier van Navarra is Ivo Hermans.
Hij publiceerde volgende titels:

Klik ze hieronder aan voor meer info over inhoud en isbn:

oOo

 

SACAY, DE MOEDEREED

Ooit ondernam een Spaans korps een veldtocht naar Mali bij de Nigerrivier, als de hermetische buitenlandse lijfwachten van een Moorse generaal, die op zoek ging naar het goud van de ‘Songhai’.

Onder deze mercenarios waren er ook Vlamingen, de zogenaamde ‘ar-ruma’, wier nageslacht nu nog rond Timboektoe bestaat.

Hun tocht door de Sahel vond plaats toen Spanje de Nederlanden regeerde, bijna driehonderd jaar voor het Belgisch koningshuis Congo verkende.

Een Spaanse verbindingsofficier die hieraan deelnam verneemt bij zijn terugkeer in het Noorden het nieuws over de bijzondere ‘moedereed’, die zijn Vlaamse vriendin smeedde bij een rituele erfenis.

Zijn idee over de Inquisitie en de hekserij zou veranderen. En zo ook visie op koning Filips II van Spanje.

 

ONBEKENDE ITEMS OVER DE SPAANSE AANWEZIGHEID IN DE NEDERLANDEN KOMEN AAN BOD

meer info:

info@kovana.com

 

 

oOo

 

Verder verzorgde Ivo Hermans ook een bijdrage in het boek :

‘Dirk Lambrechts’

De legende van De Spaanse Brabander

‘een zwerver in zichzelf’.  

Dit boek verscheen in een beperkte oplage en is uitverkocht.

 

 

  oOo

 

                                     De nomadentijd.

Het  boek van Ivo Hermans ‘De nomadentijd’ vertelt merkwaardige verhalen uit vijfentwintig jaar Koerier van Navarra. Verhalen zowel uit Spanje als uit de ‘Lage landen’ en de kleine Leuvense toog. Met soms toch wel wat bobo’s …

      ‘De Nomadentijd’ (°2018/242 p) is te verkrijgen via bestelling op info@kovana.com   

nog maar enkele exemplaren beschikbaar 

na telefonisch overleg voor de ‘aficionados’ 

 

De bobo’s

 

Bobo’s, bourgeois-bohémiens dus,  snellen over de planeet en meten zich op de seconde allerlei kennis en expertise toe. Maar toch lijken ze allergisch aan de inspanningen hieromtrent.

Hun denken en handelen wordt bepaald door het APR: Het Anti Patriarchaal Ressentiment. Het vaderconflict dus dat de ketens van het gezag wil breken. Ik vond deze term uit ergens toen ik genoeg begon te krijgen van al die bobo pose en betweterij.

Eenvoudig gezegd is APR in de volksmond ‘wringen’.  Ondanks de heldere samenhang van oorzaak en gevolg schijnt die verbinding voor APR’s toch niet te bestaan. Het APR-syndroom zorgt ervoor dat zijn patiënten het leven omgekeerd lezen en zodoende evidenties afvoeren als ‘prul’. Voor de APR’s schijnt de zon ’s nachts en is de wereld een plat vlak waar men omheen kan vliegen en omheen kan reizen, de onderkant niet te nauw genomen.

 Reizen is een bobo-voorkeuritem en reizen kan langs vele wegen. Als hoteltoerisme bijvoorbeeld, dus als een pure rust voor lijf en geest. Maar reizen kan ook als cultuurspotting voor mensen met een rijpere ontdekkingsdrang. Of als een mystieke zwerftocht in zichzelf, waarin de dolende tot inzicht komt. Maar de kans bestaat natuurlijk dat de hoteltoerist al gauw meent een land en een volk te doorgronden, nadat hij enkele dagen ergens op een opgepoetst strand heeft gelegen. En daar met zijn natte zwembroek neerploft in een restaurantstoel, en de print van zijn billen afdrukt met zeewater op zijn stoelkussen. En dan een westerse variant van de streekkeuken ontdekt.

Of we trekken naar de wildernis. Een cultuursafari met een gids in een busje verschilt qua omgevingsbeelden op foto niet zoveel van een trektocht te voet.  Toch gaapt er een kloof tussen de veilige ervaring in de bus en ergens solo wandelend, als plots een wilde leeuw opduikt. Die ervaring zet zich zeker in je leven vast en wordt, als je het overleeft, ongetwijfeld een herinnering en een thema bij straffe verhalen.

Zulk een onderscheid bestaat er ook tussen een tocht te voet bij nacht door een riskant stadsweefsel, op zoek naar de ongeschonden identiteit van een marge, zoals de nocturne flamencocafé’s in Jerez vol zigeuners, en de burgerlijke variant hiervan die een abonné thuis te zien krijgt, als een klokvaste dansvoorstelling in het plaatselijk slaperige cultuurhuis. Vooral mijn flamenco-gidswerk prikte me diep door dat gezever van de bobo’s.

Bobo’s of bourgeois-bohémiens beweren verder dat reizigers – zoals zij – geen toeristen zijn. Daarin hebben ze gelijk. Want reizigers hebben diepere motieven… Ze zien er ook solider uit in merkkledij dan in een stofjas. En na een tijd past een loft hen beter dan een boomhut. Bobo’s vinden imago en ‘look’ allerbelangrijkst. Inhoud is niet zo van  belang. Die is makkelijk te veinzen. Maar een degelijk imago biedt de schijn van kunnen en succes. Daarom poseert de bobo graag met zijn kwaliteitskrant of met de cover van een bestseller of zo.

Lang geleden, in de vergane eeuw, kwam hij in de ban van Helder Camara. Dat was toen hij nog blokfluit speelde in korte broek bij het koor van de katholieke school. Maar plots veranderden de tijden en zo ook hij. Hij stormde vooruit, weg vanonder de preekstoel naar het ‘moet kunnen zonder God’ in ’68. Van de namaakmystiek naar de fake-omwenteling. Nog niet helemaal veranderd, maar toch al goed op weg, schopte hij alles naar buiten. Eerst werd hij een rode katholiek. In volle vaart. Tradities, het oude geloof, vroegere gewoonten, …  alles moest eruit! Hij geloofde nog maar enkel in het nieuwe, dat nog geen gedaante had. Even vlot als hij het oude had afgezworen. Op de knip. Zo makkelijk ging dat.

Hij veranderde van een scout in een revolutionair. Alles, behalve zijn slogans, schopte hij buiten. Maar de tijd rijpte zijn geest. In hem vocht de burger tegen de zwerver. Daarom is hij nu een bobo.  Een bourgeois-bohémien. Tegelijk een burger en een zwerver. Zowat ergens tussen de twee, met een grote nadruk op comfort en fun. Hij dweept met Stalin en Carla del Ponte, die nog steeds kettingrookt, en hij bezoekt ngo’s vanuit een luxehotel. Hij is een politiek correcte ‘fijne knul’, maar diep in zichzelf is hij een immorele hypocriet. Hij behoort tot het soort dat straffe slogans roept, maar dat zijn harde laars veegt aan de splinters van zijn geweten, indien hij dat zou hebben. ‘Ach kom, wat zou dat nou’ zegt hij, ‘met wat fijne maniertjes en wat bon ton red ik het wel’. Hij kent immers zijn vrienden… Leed met weerhaken interesseert hen niet. Zij vinden dat wuftig.

‘Leve het salon littéraire’ roept hij, met de glans van pep en pose. In het dagelijkse verhaal blijft de bobo een post-links burgertje met beleefde maniertjes en zenuwachtige interesses. Slechts moeizaam in staat om gevolgen aan oorzaken te koppelen. Hij is de narcist met de rode vlag, die stilaan van kleur verandert. Gefortuneerd maar moreel failliet. De egotripper met geveinsde bekommeringen. De avonturier die niettemin bang is voor de kick van de val. Hij spreekt regel en wet voor de goedmens. De goedmens zoals hij, die heel anders is dan de foute kwaadmens. Hij doet dat met zwier, maar ook met de beklemmende geur van een niet te vertrouwen voosheid. En hij valt je in de rede bij je eerste lettergreep.

De bobo haast zich toch om minstens in schijn belezen en doorleefd te lijken. Zo herinner ik me twee modelbobo’s die terugkwamen van een airco-boottocht op een platbodem luxeschip met een transparante bodem op de Amazone. Daar hadden ze de hele vaart lang gekwetterd over hun volgende deltaplane-reis naar Antarctica, zonder ook maar even door die glazen vloer naar beneden te kijken. Naar de wervelende wereld in de machtige stroom onder hen, waarover die dure riviercruise toch in feite ging.  Maar dat gaf niet. Niemand wist immers dat dit spektakel  hen eigenlijk koud liet én ze waren toch op die boot geweest. Over die score ging het. Dat zouden ze straks in triomf en met gloed vertellen bij een lange koffieklets met hun al even bereisde snelle vrienden en vriendinnen.

Na eerst een vluchtig en gezellig stopje in de States via het Guggenheimmuseum voor een blitzbezoek, en daarna een lange shopping en een luw terrasje met hun koffietje ergens in New York en met wat gossip erbij. Want dat is pas leuk. Daar gaat het eigenlijk om. Dat is de easy-kick in de onderbuik. En je wordt er niet moe van. Op dat terrasje, waar ze een supergoed, of beter een superbekend boek supersnel doorblaren, lezen dus, dat ze zoals altijd ook supersnel zullen vergeten. Ik hoorde hun conversatie in stopwoorden over de laatste vier van de zes tentoonstellingen die ze de afgelopen week hadden gehaald en die ze zich haast niet meer herinnerden. Maar dat gaf ook niet. Want in hun kring werd er enkel gepraat over waar men was geweest, en nooit over wat men had gevoeld, laat staan begrepen. Over titels van boeken en films ging het, en over namen van musea. Dat was voldoende om zwaar genoeg te wegen.

En wat hen in hun kwaliteitskrant niet was opgevallen zou volgens hen ook wel niet de moeite zijn. Hoe dan ook, ze zouden alles toch weer snel vergeten, zoals Wikipedia-commando’s, die niet tot morgen onthouden wat ze vandaag nog niet wisten. En maar kletsen verder. Zoals sommige wereldiconen, die een volk hysterisch aan zich vastpraten, maar die later, zoals vaak, als demonen worden verguisd. 

Om aan die sombere gedachte te ontsnappen nemen de bobo’s wel eens plaats in een Brusselse tram voor een bezoek aan het park voor de gevel van het paleis van gewezen koning Alberto Segundo. In dat park groeien thans bananen waar iedereen in tropisch geluk mag van eten tijdens de nationale 21 juli-salsafeesten, waarbij traditioneel de rivaliserende landstammen een avond lang in naastenliefde met elkaar dansen. En aan elkaar Latijnse en Germaanse oergrappen vertellen. Over het carboonwoud of zo dat de volkeren en hun talen gescheiden hield. Op dit feest voor één dag. 

De naastenliefde ten spijt zullen ze later in de hemel kwaad zijn als ze merken dat iedereen daar is. Voor altijd dan wel. Zou God de duivel niet ogenblikkelijk herkennen, als die zich in een kazuifel had vermomd? Bij mensen vergt dit proces wat tijd. Maar zo’n ontmaskering is een onvergetelijke belevenis.

Ik voel diep medelijden met hen die  blind waren in ’68 en die de extreme politieke en filosofische schijnheiligheid kritiekloos hebben gevolgd. Broers en zussen of voorouders van de bobo’s dus. Was dat maar verleden tijd. Maar niet weinigen, spijtig genoeg, doen dit nog met volharding. En als je hen duidt, stormen ze dadelijk woest op je af. Ridiculiseer bij wijze van voorbeeld in progressief Vlaanderen maar eens de Humo, die alles uitlacht behalve in ernst zichzelf. Humo, wat toevallig ‘rook‘ betekent in het Spaans. De damnatio memoriae volgt dan wel. Terloops, het woord ‘bobo’ bestaat ook in het Spaans en duidt op iemand die wat simpel is in zijn ideeën.

Nog wat prentjes? De oude bobo’s beschimpten sportwagens in 1968, wat ik me nog met gevoel herinner. Tot ze later hun iconische tweepeekaatjes – die ooit zo ‘toffe’ imagemakers – toch verloochenden, en ze dan vervingen door het pk-vehikel dat ze echt verlangden. En ze bekijken met tederheid de foto’s van ooit aan de Ardèche of zo, of op andere hippe plekjes van toen, met hun deusjevooke er nog bij. Nu ze keuvelend bij het haarvuur zitten met enkele correcte, gelijkgestemde illuminaten bij zich.  Bij een te warme, dure fles wijn. Hier in hun post-Bauhaus consumptievilla waar ze nauwelijks moesten voor werken, toen bompa aan de rand van de stad zijn uitgestrekte boomgaarden kon verkopen voor percelen villagrond.

Wat zijn die oude revolutionairen toch gewiekste rekels, niet?  Ze kennen dat allemaal, weet je. Terwijl ze nog een schouderklopje geven aan een makkertje dat ze van de redactie van een damesblaadje wegplukten en opduwden naar het management van een nationaal bedrijf. Op zichzelf sensationeel en bijna sympathiek, zo’n waagstuk. Zolang zo’n spelletje maar geen te grote brokken maakt. Als het slechts over geld of politieke uitkijktorens en titels gaat, zoals gewoonlijk, dan valt het allemaal nog wel mee. Maar met mensenlevens worden zulke grappen ernst. Stalin, Pol Pot en Hiroshima bestonden ook. Ooit mooi opgeschminkt door slogans en affiches.  En wat er nu bestaat, klein en groot, weten we allemaal. De berichtgeving bulkt ervan. 

De wereld in verandering organiseert zich ondertussen steeds meer. Met precieze regels opdat niemand misbruik zou maken van ‘de vrijheid’. Maar hoe ver zijn we op die manier weggeraakt van de echte, wilde vrijheid? We kwamen terecht in de grijpende klauwen van stoffige ambtenaren, spiedende boekhouders en no nonsense managers, ook in de cultuur. Heeft een popfestival van nu nog écht zoveel met Woodstock te maken? Voelt een spontaan en vrij zigeunerfeest in de Karpaten hetzelfde aan als een geprogrammeerd klokvast gipsyconcert in ruil voor een entreeticket in een beschaafd cultuurcentrum van gelijnde baksteen met abonnees op rijtjes, stilletjes op hun stoeltjes met een flyer op hun knie? 

Ik denk dat het beter is om mensen te laten zoeken naar spanning, dan daarentegen alles makkelijk als popcorn te verkopen. Door hen bijvoorbeeld uit te leggen dat de dingen die we hier als een cultuurproduct vlot consumeren, elders in hun ware biotoop zich slechts behoorlijk riskant laten benaderen. Maar wie dat probeert te verklaren krijgt te horen van de doorreisde bobo dat een beknopte les in geschiedenis eigenlijk niet hoeft. Het concert spreekt toch voor zichzelf, niet …

Het wordt hoog tijd dat we weer zoeken naar de fantastische vrijheid uit die verdwenen wereld van ooit die trouw bleef aan idealen, en niet aan schuine manipulaties. Daarom vaart men beter niet langer tussen de stramme oevers van links of rechts. Begrippen die verworden zijn tot storende politieke folklore.  Het is beter om voor morele dan wel voor politieke correctheid te kiezen. Want ‘politiek correct’ is vaak niets meer is dan slechts een schijnpose achter een handvol regeltjes, voor hen die niet durven zoeken tot bij de spits van het probleem, om de bon ton van hun syntone cluster niet te schofferen. Vaak veranderen zulke poseurs in dwangneuroten, die onredelijk gaan schelden als ze hun ongelijk voelen naderen.

 ‘To live outside the law, you must be honest’ zei Bob Dylan ooit.  Niet enkele regeltjes tellen, wel ontelbare momenten van morele arbitrage via je geweten. Iets wat overigens pijn kan doen en niet zelden leidt tot isolatie. Maar hierbij betreden we het paleis van de zwerver die de buitenwereld vastknoopt in zijn ziel en dan afreist naar binnen. De zoeker die doolt om te terug te vinden wat al verloren lijkt. De albatros die zweeft in de eindeloze binnenruimte, ‘outside the law, but honest’. Het tegendeel van de bobo die juichend niet ophoudt met narcistische selfkicking.

Maar binnen in hem, aan de stille overkant van zijn imago, bidt de leegte hulpeloos om vulling. ‘Wie krijst zingt beter’, zegt hij. Hij werd de extreme liberaal en hij swingt links voor fun en rechts voor de poen. Wie niet is zoals hij – zo meent hij – is niet mee en dus mislukt. Hij kweekt en slacht zijn goeroes uit de losse pols.  Als de tijden wisselen. Ach, ik geloof dat Turner waarschijnlijk geen zin had om te gooien met de verfpot van Appel en dat Van Gogh zich liever geen oor liet aannaaien. Of toch? Hopelijk volgen de echte reizigers het spoor van de wielen. Vaarwel bobo’s.

 

 

 


IN 2014 WAREN DE MEESTE BUITENLANDSE BEZOEKERS VAN PORTUGESE FADO-BARS SPANJAARDEN

José do Carmo

José do Carmo